Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijlen, als de nieuwe wijn naar binnen klokt. Spaar de oude vaten — vermors den nieuwen wijn toch niet.

Bij de schim van Keats, den man die niet, als ieder ander, stap voor stap voorwaarts ging, maar in stille majesteit om eigen middelpunt wentelend zich zeiven en twintig volmaakte jaren omcirkelde, en toen ging sterven — niet jong voorwaar, het leven van een lang leven gedistilleerd tot één druppel, die als een traan op het koude aangezicht der wereld is gevallen, om dit voor altijd te doen gloeien — bij die krachtige, eenige persoonlijkheid noem ik het vreemd en moeilijk te verklaren, dat schier alle jonge dichters oud schrijven, dat Pope een zestiger was op zijn zestiende jaar en baardlooze Byron academisch als zoo velen. Misschien verkeerden zij niet lang en diep genoeg in geestvervoering om tot helderziendheid te geraken, terwijl nog de herinnering door het visioen henen speelt en dit bederft en troebel maakt.

Of misschien moet ook heden nog de droeve zandwoestijn zich zoowel achter ons, als vóór ons uitstrekken, eer wij de Muze-Sphinx ontdekken mogen.

Wat mij betreft, ik schreef onware gedichten, evenals de anderen en hield ze voor ware, omdat ik waar was, toen ik ze schreef. Misschien zijn later ware verzen met minder zelfvoldoening uit mijn pen gevloeid.

Maar ik kon mijn bezielend innerlijk leven niet verbergen voor hen, die mij bewaakten. Zij zagen nu en dan door het venster een licht, dat zij er niet hadden geplaatst. Wie had het daar geplaatst? Mijn vader's zuster verschrikte, toen zij mijn ziel uit mijn oogen zag stralen. Zij kon mij niet verbieden een ziel te hebben, maar toch had zij er klaarblijkelijk op tegen en achtte zij zielen gevaarlijke dingen, om veilig mee te dragen door al de ontvlambare stoffen, die op ons aardsche pad zijn uitgestort.

Zij zeide nu en dan: „Aurora, hebt gij van morgen uw taak afgemaakt; hebt gij dat boek gelezen; zijt

Sluiten