is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij overvol van hetgeen is, ik misschien overmoedig omtrent hetgeen zou kunnen zijn.

Maar dan zongen de lijsters zoo luid, dat zij mijn polsen sneller deden jagen en de jonge olmblaadjes trillen. Dan stond ik stil, hield den vinger op en zei: „Luister, in die wereld, waarmee het zoo treurig is gesteld als gij zegt, zingen de lijsters toch." Dan gleed er een glimlach over zijn ernstig gelaat en hij liet mij vriendelijk, weemoedig, geduldig begaan, als ik met al het vuur van den dichter heel mijn schoone aarde ging loven en prijzen; — de lucht, de wolken, de velden, de blijde viooltjes, die ver van den heirweg zich verscholen, waar de primula-veris zich heenspoedt met haar levend goud; de dichtbegroeide hagen, waardoor de koeien haar horens staken, terwijl haar herkauwende bekken de takken bevochtigden; de hagen vol vogels en insekten en groote witte vlinders, die als levende leliën heenzweefden op den wind; de heuvels, de dalen, de wouden, als met een zilveren nevel omhangen; de hoeven, de schuren daar tusschen de heuvels gestrooid; het vee dat daar weidde in de grazige vlakte; de rook die omhoog steeg uit de nederige schouwen; de bloemengeur der tuinen met die der boomgaarden zich mengelend — „o zie toch", zei ik, „zie, is God niet met ons op aarde en zou de mensch door zijn daden Hem kunnen verlagen of verkleinen? Wie durft beweren, dat er voor boozen en armen niet dan zonde en ellende zou bestaan ? Sla den blik toch in het rond en zie" en met een sprong stond ik tot over de enkels in het hooge engelsche gras en klapte juichend in de handen en noemde alles heerlijk schoon.

In den beginne, toen God alles goed noemde, ook toen was het kwade nabij, zegt de Schrift. Maar ons, ja ons omgeeft het in de eigen ure, waarin wij alles schoon en goed noemen. Wil van het kwade ons verlossen, o God, bidden wij.