Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aurora, jong als Eva in 's aardrijks ochtendstond, maar deze wereld, liefste nicht, waarin gij zoo pas zijt verschenen, viert geen geboortedagen meer; zij bewaart haar kransen om ze aan haar bouwvallen te hangen en vergeet naar een rijmwoord te zoeken op den kreet, waarmee zij de woeste, hongerige honden van zich zoekt af te houden, die haar naar het ledige graf van Christus drijven. De nood dezer wereld is hoog gestegen. De paradijsvloek is verscherpt in deze zes duizend jaar; het zweet van den arbeid is het zweet der marteling geworden. Wie heeft tijd, een enkel uur tijd, om aan den oever te zitten luisteren naar den klank der cymbalen, door blanke vrouwenhanden bespeeld? Laat Miriam zingen, als het Egyptenheir verslagen is, maar tot zoolang — waar is Mozes?"

„Ja juist, waar is Mozes? — is er een Mozes te vinden? Gij zoekt hem te vergeefs in de biezen, terwijl ik te vergeefs cymbalen laat klinken. Toch Romney, zult gij mij toegeven, dat dit klinkend metaal wel eens — misschien zelfs in een vrouwenhand — van practisch nut is geweest — om bijenkorven te bevolken."

„Daar, zoo gaat het altijd; gij speelt als een kind naast een sterfbed en toch werpt gij u tot profeten op en meent de levenden te kunnen onderrichten. Niets van dit alles kunt gij vrouwen begrijpen. Gij kunt niets generaliseeren — niet eenmaal de smart. Uw lichtbewogen hart, zoo gevoelvol, zoo meelijdend, waar het persoonlijk leed geldt, sluit zich na iedere afzonderlijke ramp, put bij elke op zich zelf staande wond zijn gansche levenskracht uit. Gij zijt niet bij machte het leven zoo breed en zoo diep op te vatten, dat het 't leed eener wereld omsluiten kan. Het menschelijk geslacht beteekent voor u dit of dat kind, dezen of genen man. dien gij op zekeren morgen verkleumd, misschien wel aan gindsche poort hebt gevonden. Gij voegt eenige van zulke gevallen bij

Sluiten