Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slagen blijkt half falen te zijn; elke vooruitgang sluit iets, dat achter blijft, in; elke triomf iets, dat onder de wielen van den zegekar wordt verpletterd; elke regeering eenig onrecht, dat beteugeld moet worden...

De rijken maken de armen, die de rijken vervloeken en beiden, rijken en armen op en onder elkaar, versmachten gelijkelijk in deze sociale benauwdheid, deze crisis der eeuwen. Ziehier een eeuw, die zich hare eigen roeping heeft geschapen. Wij hebben de grenzen van den tijd overschreden; niets geeft de aarde meer te aanschouwen dan den rijken man en Lazarus, beiden in hellepijn en daartusschen een onmetelijke kloof, maar geen zweem van Abraham's schoot. Wie, die een menschenhart heeft, kan daar rustig bij staan en nooit zijn ziel kwellen en pijnigen, om één krachtig geneesmiddel te vinden? Is er dan geen heulsap voor dit leed in hemel noch op aarde?..

„Maar gij gelooft immers in God? Gij gelooft dat Hij, de Schepper, het goede uit het kwade, het beste uit het slechtste kan doen voortkomen, even als men tulpen op een mestvaalt plant, om ze het heerlijkst te doen bloeien?"

,,'t Is waar, de warmte door den dood ontwikkeld, is volmaakt aan de levenswarmte gelijk. In geheel de natuur bestaat niet dat, wat wij dood noemen; althans niet zoolang God God, dat is eeuwigdurend Zijn is. Dat is abstracte waarheid, ik weet het, dat is philosophie, of medegevoel met God. Maar ik, ik voel met den mensch mee, niet met God — daarvoor vooral ben ik mensch zou ik meenen — en als ik naast een sterfbed sta, dan is het sterven voor mij. Denkt gij dat het geslacht der mastodons veel troost zou hebben gevonden in de gedachte, dat, fossielen geworden, hun plaats door den olifant zou worden ingenomen? Zij waren geen olifanten, maar mastodons. En ik, ik ben een mensch, zooals de menschen heden zijn, niet zooals zij misschien een-

Sluiten