Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in itaat den knoop der sociale quaestiën te ontwarren, toch mijn goedkeuring en toejuiching schenken aan verheven mededoogen, aan christelijke gedachten, die ver het gewone doelwit van 's menschen persoonlijk streven voorbij snellen. Neem mijn eerbiedige hulde aan."

„Hoe nu," riep hij met gloeiende wangen en fonkelende oogen. „Geen andere hulp, niets anders dan dat?"

„Welke andere hulp?" was mijn wedervraag. „Gij zoudt mijn hulp versmaden, zooals moeder natuur, naar gij zegt, versmaad heeft haar melodie op mijn lippen te leggen, omdat het vrouwenlippen zijn. Spreekt gij u zeiven nu tegen en vraagt gij dat, wat een vrouw niet geven kan?"

„Ik vraag haar dat, wat zij alleen vermag te geven," klonk het antwoord, terwijl hij mijn handen greep en ze in de zijne sloot en het gansche gewicht zijner ziel van zijn hoog gewelfd voorhoofd op mij deed nederdalen. „Ik vraag om liefde en die vermag zij te schenken, om een leven in gemeenschap van zware plichten en daartoe, dit weet ik, is zij bij machte. Ik vraag een gade — wil zij?"

„Nu zij God tusschen ons getuige," barstte ik uit, en het was of ik met dat woord mij opeens, in hellen glans, hoog boven zijn gestalte verhief — ,,ben ik te zwak gebleken, om alleen te staan en toch sterk genoeg, dat zulk een op mijn schouder zou leunen; te arm om te denken en toch rijk genoeg om voor anderer gedachten te ontgloeien ? Onbevoegd tot zingen, zooals het onnoozelste vogeltje en toch bevoegd tot liefhebben, zooals Hij?"

Ik zweeg; misschien verflauwde mijn glans, als 't licht van den vuurtoren doet. ,,'tls altijd zoo", voegde ik er neerslachtig bij, „voor een gade is alles goed genoeg."

„Aurora, liefste en innig vereerde," riep hij met vuur, „gij verstaat mij verkeerd! Er is geen enkele gedachte in mij, die met mijn hooge gedachte om-

Sluiten