Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet, maar ik bemin u heden niet genoeg, om u te huwen, neef Romney. Beschouw dit als mijn laatste woord en laat het u als edelmoedig man van verder aandringen weerhouden. O zeker, gij kunt mij kwellen en een snerpenden adem over mijn gevoelens of mijn bladeren doen gaan en tante zal u gewis helpen met guren oostewind, Op die wijze kunt gij wellicht een stengel knakken, maar sommige bloemen, Romney, groeien als boomen zoo diep in den grond en mijn wortel zult gij niet loswoelen met al uwe vereende orkanen niet. Daarom laat mij groeien onder de haag aan den weg en ga rustig uws weegs. Deze bloem heeft u niets te zeggen, niet eens: „sta stil": ,,Siste Viator', zooals de tombe in de oudheid tot den wandelaar sprak." — Dus eindigde ik met een zucht.

De week, die daarop volgde, ging in stilte voorbij en evenzoo verscheidene weken na deze. Romney kwam niet en mijn tante verweet mij niets. Ik leefde voort, alsof mijn hart onder een stolp was gezet, terwijl een ieder oog en oor was, om het te zien en te hooren tikken. Of ik zat of stond, of ik een boek opnam of neerlei, ijverig door naaide, of een steek liet vallen en een zucht meteen, altijd voelde ik haar blik aan mij kleven, als de adder aan Cleopatra's boezem, voortzuigend onder het al zwakker en flauwer kloppen van het hart. Wanneer het geen deelneming of genegenheid is, die u door een wakend oog doet volgen, dan is dat gageslagen worden een marteling, anders niet. Met elk woord dat zij sprak, elk „ik dank u of „lieve, wees zoo goed" bedoelde zij een bedreiging, of minstens een bezwering van den duivel, die mij blijkbaar in zijn macht hield. En met de overige huisgenooten ging het evenzoo. Susanna kon mijn haar niet opmaken, of zij keek onder het vlechten in den spiegel om mij aan te zien en ik kon s middags mijn soep niet aannemen of weigeren, zonder dat die gekke John in stilte over-

Sluiten