Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daar, nu werpt gij uw hoed ter zijde, alsof ge tijd genoeg hadt voor een logarithme. Vertrouwen is al wat ik noodig heb. Lieve nicht, schenk mij vertrouwen en met zijden schoeisel zult gij dezen weg ten einde wandelen, even onbesmet als eenige edelvrouw van ons geslacht, de hooghartigste niet uitgezonderd. O, van uw standpunt gezien, begrijp ik den toestand volkomen. Ik beroof u van uws vaders goed en maak u arm door rijk te worden — omdat dit wettig is. Dit zoo zijnde, zoudt gij onder gewone omstandigheden niet aarzelen eenige vergoeding, eenig inkomen van mij aan te nemen; dit immers zou niets dan recht zijn. Maar helaas, ik heb u lief — en dat is maar natuur. Gij beantwoordt mijn liefde niet — dat is ook natuur — en nu op eens kunt gij, uit de hand van een afgewezen minnaar, uiteen hand, teruggestooten als de mijne, geen penning meer aannemen; neen, voor alles ter wereld niet. Dit is étiquette in de vrouwenwereld en deze, dat spreekt, gaat zoowel natuur als wet en recht te boven. Gij ziet, ik vat de zaak van uw standpunt op; ik laat volle ruimte voor den langen sleep van het u passend vrouwengewaad, terwijl ik mij deemoedig terugtrek in een hoek, erkennend, dat ik het recht heb verbeurd rechtvaardig te zijn; dat ik veroordeeld ben onloochenbare schulden onafgedaan te laten, wijl ik u mijn ziel niet heb mogen geven. Ik onderwerp mij aan dit alles, alsof het in een minder onredelijke eeuw niet minder onvermijdelijk ware. Genoeg; gij vertrouwt toch, niet waar, dat ik als gentleman dat, wat gij als uw eer beschouwt, onbevlekt zal bewaren, uwe bedenkingen zal eerbiedigen, alsof ik ze verstandig en juist achtte, u niet door een gift van mijn hand verlagen zal?"

Ik antwoordde zacht, maar met nadruk: „Ik geloof in niemands eer, hetzij van man of vrouw, wanneer een ander er voor waakt. Even als ik voor mij zelve beslis, wat ik geloof en voor waar houd, zoo ook gun ik niemand — noch mijn vader, indien hij nog leefde,

Sluiten