Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij antwoordde op zachten toon: „gij behoeft niet te sidderen en te hijgen, als een gevangen leeuwin, Is het mijn schuld, dat gij een fier, wild wouddier zijt, en den stal, dien men u bouwde, ondraaglijk vindt? Al waart gij driemaal in de val geloopen, moet gij mij daarom aldus aanzien? Ik houd de koorden niet vast van het net dat u omstrikt. Van mij zijt gij vrij, Aurora."

„Dat God mij verlosse uit deze moeilijkheid!" riep ik uit. „Wanneer werd die gift door u geschonken, wanneer? .... en aangenomen, wanneer? . . . Een maand, een halve maand geleden? . . . Voor zes weken nog niet, dat weet ik door een woord, dat haar ontviel. Toen was zij aangeboden noch aangenomen. Wanneer was het? noem den datum."

„Wat doet het wanneer er toe? Of het een half uur of een half jaar vóór haar dood was, de schenking is er niet minder zeker om en behoort tot de erfenis, bekrachtigd door de wet. Men zou evengoed de starren van den hemel kunnen plukken en ze op de aarde kunnen vasthechten, als u weer arm maken, Goddank!"

„Niet arm en niet rein meer voortaan en gij dankt God! Welnu, indien het niet anders kan, dan smeek ik u, wil mij den juisten datum, dag en uur noemen.'

„Den dag voor haar dood," hernam hij, „was de schenking in haar handen. Wij zullen er het bewijs van vinden en u alzoo den juisten datum kunnen aantoonen."

Als een, die een berg heeft beklommen, onder het stijgen gevoeld heeft, dat hij een hart, bonzend in de keel, mee naar boven draagt en eindelijk stilstaat om adem te scheppen en zegevierend om te zien, zoo stond ik op dat oogenblik daar.

„Beste Romney, eindelijk hebben wij den top dezer steile vraag bereikt en mogen nu uitrusten, niet waar? Maar laat ik u vooraf vergeving vragen, dat de schok, de schrik, de aandoening door mij ondervonden, mij hebben doen vergeten u mede te deelen, dat deze brief, ongeopend ziet gij wel, nog goed

Sluiten