Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het hoofd naar beneden aan de kruishouten dezer wereld worden geslagen.

Maar God kan van dat schandhout ons verlossen. Hij die onzen voet naar de aarde, ons hoofd naar den hemel richtte ; die ons aanwijst tot welken gang Hij den mensch heeft geschapen.

,,Laat de lamp staan, Susanna, en ga naar bed. De kamer is voldoende in orde; ik heb te schrijven tot na middernacht. Ga, uw rondloopen hindert mij, als het gegons van insecten. O, zijn daar brieven? wel, leg ze neer. Het schijnt wel, dat ik ze moet aannemen, want hoe menigmaal heb ik u al verzocht ze mij op een ander uur te brengen, tenzij ik er om vraag. Och verontschuldig u maar niet. Gij verkiest ze mij te brengen, zooals ik ze misschien in het vuur verkies te werpen. Kom nu, ga naar bed en droom, indien gij kunt, dat ik niet uit mijn humeur ben."

Welk een gemelijk, kleingeestig schepsel word ik toch. Een vrouw, niets dan een vrouw met verslapte zenuwen. Een zakdoek, doorweekt omdat hij den ganschen nacht buiten in den .regen heeft gelegen; overwerkt en overspannen en overleefd in dit benauwde Londensche leven! Foei, ik moest sterker zijn.

Verbrand uwe brieven niet, arme Aurora, want zij staren u met hun roode zegels aan, en elke er van zegt: „Hier is iets dat gij niet weet." — Niet, dat de wereld sedert gisterenavond beter, of wijzer, of rechtschapener of wat minder onredelijk zal zijn geworden, maar zoo slechts één Engel zich van den Ararat deed hooren, zou het mij innig spijten hem te missen. Open gaan dus alle brieven ... laat me ze doorzien.

Rlanche Ord, schrijfster in den „Dameswaaier", vraagt mijn oordeel omtrent.. . dat is voor later. — Kate Ward vraagt mij om het patroon van mijn mantel en teekent zich: Voor U Eliza. — Fringle

Sluiten