Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat wij den uitroep niet weerhouden kunnen : „Ween liever Dante, ween." Dichtwerken zijn menschen, indien zij ware dichtwerken zijn. Wie zou zich vermeten aan iemands deur te roepen : „De bliksem, dat weet ik, heeft hier verleden week een vrouw getroffen en haar ziekelijken man van schrik doen verstijven, wat nood! Wees vroolijk, juich en klap in de handen, want een blijmoedig genie past in dezen onzen tijd 1" Zoo spreekt men tot geen mensch; waarom zou men dan tot een dichtwerk aldus spreken ? — Zegel nommer negen. Het slot der openbaring. — Ha, deze is van Vincent Carrington: — „Lieve vriendin, ik heb goeden raad noodig. Wilt gij mij vleugels leenen, om mij op te heffen tot een onderwerp, waarvan ik morgen de schets zal meebrengen ? Mag ik ? morgen om elf uur? Een dichter wordt alleen geboren om anderen van dienst te zijn. Behoed u zelf dus voor de wereld en — Carrington."

Postcriptum, „Hebt gij ook iets van Romney Leigh gehoord, behalve wat de bladen ons meedeelen van zijn phalansteriën, toespraken, brochures, pleitredenen, verslagen, enz.? Hij heeft mij al lang laten glippen, maar een gouden appel laat niemand glippen, al beweerdet gij ook eens schertsend het tegendeel. Nu, in elk geval kent gij Lord Howe, die hem ziet, dien hij ziet, dien gij ziet en dien ik liever niet zie. Want Howe staat hoog en droog op theoretischen grond, slaat de zwemmers ga en roept: „Prachtig! voortreffelijk!" terwijl geen draad van zijn eigen linnengoed vochtig wordt. Juist het tegenovergestelde van dien Romney, die zoo moedig de golven klieft. Hoe vreemd, dat plotseling een onzinnige aandrang om de wereld te herscheppen een jongmensch kan overvallen, terwijl ik tevreden ben, als ik maar schilderen kan. — Mag ik de schets brengen? Een Danaë overmoedig en hartstochtelijk, beide armen reikhalzend uitgestrekt naar den van liefde gloeienden Zeus; gelaat en boezem

Sluiten