Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in vurig verlangen opgeheven, het loshangend haar reeds bij voorbaat in gloed gezet door den glans van het haar genakend goud. Of hier hebt gij een andere schets van hetzelfde onderwerp: Daar ligt zij in haar kerker gebogen ter aarde, tot de voeten door haar weelderige lokken als door zeewier omstrengeld. Onzeker ziet gij haar vormen door het glinsterend waas van den neerdalenden wonderregen, half vernietigd is zij door een liefde, drukkend als het noodlot. Ik zal beide schetsen brengen. Ik voor mij vind, dat in de tweede meer hartstocht ligt."

O zeker, het eigen ik zwijgt, is tot rust gebracht, door afstand van zich zelf te doen. Zij is Zeus, niet langer Danaë — grooter aldus. Misschien heeft de schilder onbewust twee phasen in de ontvankelijke kunstenaarsziel in beeld gebracht ; de eene, waarin zij zich vermetel op den voorgrond dringt, persoonlijk is, geen eerbied kent, omdat zij nog slechts strevend is. Wij weten dat, als de godheid werkelijk tot ons nederdaalt, wij allen stiller worden, dan wij ooit te voren waren.

Goede Vincent Carrington ! Ik zal hem laten komen. Hij spreekt over Florence en misschien ook wel over het een of ander, dat een jaar of zeven geleden voorviel; over een egel of een gekwetsten vogel op ons pad, als wij door veld en bosch dwaalden — in dien goeden ouden tijd, waarin ik — 't is waar — heel ongelukkig was... ik, die sedert altijd een gemis in mijn leven heb gevoeld.

Het lied stijgt in den leeuwerik op, terwijl de leeuwerik omhoog stijgt. De mensch niet alzoo. Wij zeiven blijven achter, terwijl onze zang naar den hooge stijgt; alleen achter op aarde in stee van in den hemel. Het zij zoo. Laat mij voortgaan met mijn verhaal:

Toen Romney Leigh en ik aldus van elkander waren gegaan, huurde ik een kamer in Londen, drie trappen hoog, bijna even steil als sommige leeuweriken stijgen en daar in dat huis in Kensington

Sluiten