Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

machtige gewaarwording in de ziel gegrepen, is het u, als hadt gij zonder strijd een zege behaald en met Israëls zangsters — ja Miriam mede — zingt gij het lied, dat u op de lippen wordt gelegd.

Ik werkte met geduld, dat is bijna met macht, ik deed eenige voortreffelijke dingen middelmatig goed, eenige nietswaardige voortreffelijk. Beiden werden geprezen, de laatste het luidst. En toen ik zoo ver was, dat ik zelve ze als nietswaardig veroordeelde, werden mij door de ijverige post week aan week brieven gebracht, gelijk en toch ook weer ongelijk aan die, zooeven door mij gelezen. Brieven met mooie jongedameszegels — door elkander gevlochten leliën, die initialen vormden, of een hart, waar Emilie in stond, te kennen gevend, dat Emilie enkel hart was. Ook wel epistels van jonge academieburgers; wellicht tot afleiding na het zakken voor een examen geschreven en met een of ander motto uit Horatius prijkend. Menige geteekende of ongeteekende brief gaf duidelijk te kennen, dat de achttienjarige schrijvers reeds te lang hadden geleefd, al zou een Muze hun dageraad met haar kaarslicht kunnen helpen — complimenten, die mij een glimlach of een zucht ontlokten. Zij golden bij mij al even weinig als Russische munten te Parijs. Kan men op den boulevard voor tien roebels een voddig lint, dat één sou waard is koopen?Ik moest er om lachen, dat al die jonkheid mij haar liefde bood; ik moest er om zuchten, dat al die liefde ter nauwernood in staat was, haar tot waardiger liefde op te voeren. En daarop volgde een zucht van bitterder gehalte. Die liefde, zoo kwistig geschonken, bewees maar al te klaar mijn minderheid. Krachtige geesten hadden mij niet lief en hij . . mijn neef Romney . .. schreef mij niet. Ik voelde, hoe zijn zwijgende minachting, als met den vinger, elke zeepbel van mijn onbeduidende vermaardheid deed uiteenspatten, hem verstuiven deed in het niet, waartoe hij behoorde, zoodra mijn adem hem voortbracht. O zeker, ik

Sluiten