Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken. Ik schreef voor encyclopediën, magazijnen, voor maand en weekbladen, mijn naam ophoudend om hem niet te beslijken. Ik leerde met het gewichtige „wij" der verslagen, als salondames met haar sleep, manoeuvreeren en liet het statig door de open deuren achter mij aan zwieren, alsof binnentreden zonder zulk een omslachtig aanhangsel een onmogelijkheid ware. Ook schreef ik novellen en krabbelde stukjes op kersepitten tot vermaak van het groote lezerspubliek. Hier en daar tusschen de regels, zeide men, liet de sterke vuist zich gevoelen, maar daar sta ik niet voor in. Wat gij om den broode doet, smaakt naar graan, niet naar druiven, al waart gij ook een wijnberg in Champagne rijk. Hoeveel minder nog als gij, zooals ik, er misschien slechts een in Nephelokokkugia bezit.

Voor een aantal dagen brood, lucht en ruimte voor lichaam en vers hebbende, greep ik mijn eigen, mijn ware taak aan. En evenals de ziel, groeiend in het kind, het kind doet groeien, evenals de vurige sappen in den boom omhoog gedreven, de schors doen zwellen en haar met knobbels en knoppen overdekken, vóórdat het lenteloof als een groene vlam naar buiten slaat, zoo ook deelde het leven, dat in mijn binnenste aan krachten won, zijn kracht aan al mijn denken en doen mee, verdiepte mijn richting en mijn werk. 't Is waar, het hoog gezag velde een afkeurend oordeel; de kritiek sprak van achteruitgang en betreurde het verlaten van den ingeslagen weg, maar ik voelde, dat het leven van mijn hart in mijn verzen begon te kloppen en dat dit ze levend maakte; — een onvolkomen leven, o ja, het onrustig bloed van alle kinderen Adams deelachtig, maar dat toch, zelfs in gezwel en uitwas, van werkzame, scheppende levenskracht getuigde.

Op een dier dagen, meldde zich eene dame bij mij aan. Zij had de zachte stem van onze engelsche ladies, die, naar het schijnt, niet luid behoeven te

Sluiten