Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ik de reden van mijn komst noem, voordat ik op adem ben; den epischen aanhef eischen van wie een flauwte nabij is? — Gij denkt natuurlijk, dat ik hier ben gekomen, zooals de leeuwenjager naar de woestijn gaat, om u in de val te lokken, opdat ik u op de eene of andere zoölogische soirée in mijn salon zou kunnen vertoonen? — Neen, niets daarvan; al ben ik niet minder dwaas dan anderen en al heb ik, als deze en gene van mijn stand, ook het mijne aan die wildedierenvertooningen gedaan. Maar op dit oogenblik sta ik tegenover mijn leeuw, zooals Androkles tegenover den zijne — toen hij in zijne macht was." Daarmee boog zij haar hoofd als een vorstin, die zich een scherts veroorlooft. Na een paar seconden sloeg zij de oogen op met een ernstigen, echt koninklijken blik, die niemand en ook zich zelve niet sparen wilde en zeide:

„Ik meen, gij hebt een neef, Romney Leigh."

„Komt gij uit zijn naam?" — mijn blik was niet minder hoog dan de hare — „uit zijn naam?"

„Ik heb niets uit zijn naam, maar toch iets van hem te zeggen. Maar vooraf' — haar dringende oogen dwongen om antwoord — „gij bemint hem niet —

g'j?"

„In het vragen zijt gij tenminste openhartig mevrouw," was mijn antwoord. „Ik heb mijn neef lief als nicht — meer niet."

„Ik dacht het. Ik zal openhartig zijn in het antwoorden ook, indien gij mij ondervragen wilt en zelfs ook zonder dat. Gij kunstenaressen staat buiten uwe sekse; gij deelt niet in het onze. Gij zijt onze meerdere door de boete, die gij betaalt; het hart honger latende lijden ter wille van het hoofd. Zoo althans getuigt de traditie van u. Daarom kan ik vrijuit spreken, zonder de natuurlijke schaamte, die de mensch gevoelt, wanneer hij op gelijken grond met zijn gelijken spreekt. Menige katholieke zou liever sterven, dan aan haar kamenier bekennen, dat zij een

Sluiten