Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beter dan of gij knoflook aat; al wat gij gebruikt heeft denzelfden scherpen smaak, tot uw perzik u aan uw ui herinnert. Ben ik grof? Wel, de liefde is ook niet gepolijst, evenmin als de natuur. Ja juist, daar wringt de schoen ; wij mooie, fijn beschaafde dames, die ons leven van den gemeenen weg afpalen, wij kunnen toch niet verhinderen, dat de kraaien er overheen vliegen; wij zijn nog altijd niet minder natuurlijk dan de eerste de beste boerendeern. Kleed ons zoo rijk gij wilt in Lyonsch fluweel, daarom zijn wij nog geen ledepoppen. Wij hebben een hart hier binnen, een warm, levend, roekeloos, schaamteloos hart, even bereid schandelijke dingen te doen als een der arme naaistertjes, waaraan Romney zijn zuchten en krachten wijdt. De liefde valt, met andere kwalen, niet anders ons, dan de massa op het lijf. Wij verschalken haar niet met onze geestigheden, wij snellen haar in onze equipages niet voorbij. De mijne hield stand, tegen alle middelen in. Elke kaart, die ik keerde, was Romney Leigh; mijn Duitsch bleef bij duitsch Wertherisme steken, van mijn Parijsche toeren door de Champs Elysées kwam ik, bleek als een geest en zuchtend als Dido, terug. Ongenezen kwam ik thuis, veeleer nog meer overtuigd, dat ik verliefd was .... verliefd 1 Dat klinkt grof, niet waar ; dat riekt naar knoflook 1" Ik antwoordde op koelen toon :

„Verontschuldig u over atheïsme, niet over liefde Ik voor mij geloof in Liefde en in God. Ik ken mijn neef; Lady Waldemar ken ik niet, maar dit durf ik zeggen : Wie Romney Leigh bemint, verontschuldige zich niet, doch reinige zich, opdat zij dezen man niet een zoo onwaardige liefde wijde, dat zich te bukken om haar aan te nemen hem onmogelijk zou zijn."

„Dat is streng gesproken, zooals het eener jeugdige profetesse betaamt, die de wenkbrauwen boven de mooie oogen fronst, dat deze der blanke duiven

Sluiten