Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

wilden verslinden, terwijl zij zijn heeten adem op haar wangen voelde, zóó dicht kwam dat afschuwelijke gelaat bij het hare. Haar moeder hield haar stijf vast en mompelde tusschen de tanden: „Wel meid, wel meid, onze landheer spreekt tegen je i mijnheer is waarlijk al te goed; hij wil een dame van je maken en ons helpen ook. — Kom, wees ten minste beleefd. — Het kind zag met een jammervollen blik de moeder in 't gelaat — geen duivel zal dier moeder den doodstrijd banger kunnen maken dan die blik „Moeder ! kreet zij en daarop de oogen vol vertwijfeling naar den hemel: „O God, verlos mij van mijn moeder 1 Zij zijn zoo verschrikkelijk, die moeders! Toen, met de woeste kracht door den angst haar geschonken zich uit beider ijzeren greep losrukkend, rende zij met alle macht de steile helling af, ver, ver weg van beiden, zoover als God, als het zijn kon! Zij zetten haar huilend na, als hongerige honden het wild. Zij hoorde hen schreeuwen, zij hoorde haar naam, als de schoten van een geweer, haar over de heuvels achtervolgen... Voort voort... Het hoogland over... voort,., Zij hoort geen stemmen meer.... De doodsangst rent in haar voeten en verslindt den grond, de witte wegen kronkelen samen, de groene velden smelten ineen, de boomen deinzen af om ruim baan voor haar te maken... Het wordt zoo wonderlijk in haar hoofd ... boomen en velden keeren zich om en rennen haar na. Zij hoort achter zich de heuvels hijgen en jagen, de lucht prikkelt haar in den hals. .. zij heeft geen voeten meer, kan niet meer loopen ... toch vliegt zij voort; de gloeiende horizont daar tusschen torens in het oosten zuigt haar naar zich toe ... voort... terwijl het hart haar zwelt en zwelt, tot het haar gansche lichaam schijnt te vullen. Daarop barst het en vloeit weg over de aarde en dooft het zonlicht »En nu ben ik dood en veilig", denkt Marian Erle, in onmacht neerzinkend.

L

Sluiten