Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het moet de heiligen in den hemel vertoornen, zoo veel verlaten schepselen op aarde te zien, die, evenals Marian, eerst in het hospitaal een rechtmatig deel naastenliefde en een weinig maatschappelijk welzijn leeren kennen.

Zij lag daar, verdoofd, half bewusteloos, in heldere oogenblikken nog zieker wenschende te zijn, als ziekte de wereld zoo verwonderlijk goed, alles rondom haar zoo stil en haar waken even rustig als slaap kon maken. Nu toch begreep zij, dat ziekte menigmaal in den hemel en in onuitsprekelijke zaligheid eindigde nog zieker om nog zekerder gelukkig te zijn. En dan sloot zij de oogen en vouwde de handen, zooals bloemen zich in het avonduur sluiten, bevreesd een enkel oogenblik van dien gezegenden tijd te doen verloren gaan.

Weken lang lag zij in eene brandende koorts, maar de veerkracht der jeugd doorstond de proef; ziel en lichaam sloten vrede met elkaar en werden tot het leven en zijn eischen teruggebracht. Zij kon een weinig door de lange, kale zalen op en neer gaan en droomerig naar buiten staren, toen een, die haar als vriendin had verpleegd, koel en onverschillig als een vreemde tot haar zeide, dat zij nu wèl genoeg was (haar hart alleen deed nog pijn) en de volgende wee mocht heengaan. „De volgende week heengaan! dacht zij, „de volgende weekl" Wat moest Z1J beginnen, alleen daar buiten in die vreeselijke

Slifat'i *usschen al die elkander verdringende menschenl heengaan ... waar moest zij heen F...

Den laatsten dag vóór dien gevreesden allerlaatsten zat zij zwijgend te midden der herstellenden, die evenals zij den volgenden morgen zouden vertrekken.

onder te luisteren, hoorde zij het praten der vrouwen onder elkander. Eene smachtte naar haar jongste "de kleine deugniet zou haar kennen; pas één jaar oud en levendig als zijn vader!" Een tweede was vol ongeduld om weer aan het werk te gaan,

Sluiten