Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marian, als een hond stond zij, vol ongeduld, hare beurt voor een vriendelijk woord af te wachten. „Ik heb meer dan een uur bij uwe Marian Erle gezeten en haar als uit het hoofd geleerd, zoodat ik u met heel mijn hart kan danken voor zulk een nicht."

„Eindelijk dus versmaadt gij een gift van mij niet 1 Eindelijk weet ik u genoegen te geven?" Hoe was zijn stem veranderd 1

„Gij kunt een vrouw niet tegen haar wil genoegen doen, en eens hebt gij mij gegriefd. Maar waartoe hiervan te spreken? Laten wij erkennen, dat gij in alles edel hebt gehandeld, maar dat ik niet blind, niet onwetend was. Doch niet meer daarvan. Thans Romney, doet gij mij genoegen door u zeiven genoegen te geven. Zoek dus voldoening in een dweepzieke liefde en ook ik ben voldaan. O neef, in de galerij van uw oud kasteel kunnen wij, onder de portretten onzer Leighs, geen liefelijker adeldom aanwijzen, dan op dit reine voorhoofd te lezen staat."

Hij sprak geen woord. Wat zijn de mannen toch aanmatigend. Zelfs philanthropen, die een vrouw zouden willen nemen op de wijze, waarop men een aandeel in de eene of andere liefdadige instelling neemt, voelen zich gekrenkt, indien hun liefdegift door haar van de hand wordt gewezen. Het schijnt wel, dat wij, vrouwen, niet mogen vergeten wie wij zijn en geen obolus, die Cesar's beeltenis draagt, lichtvaardig mogen verwerpen. Ik hervatte:

„Mij dunkt, sommige van die trotsche van Dijken waren niet te trotsch, om goede heiligen in den hemel te zijn, en zoo zullen zij ook heden niet te trotsch zijn, om zich neer te buigen en deze goede, ware, edele Marian, als eene der (hunnen te erkennen, gelijk zij reeds de uwe en de mijne is, niet waar? Want dichters — vergeef het woord — halve dichters zelfs, zijn volkomen demokraten — niet dat wij niet eeren wat hoog is, maar wij eeren ook wat laag is; wij weten ook dieper liggend adeldom te erkennen.

8

Sluiten