Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»-

Een feestdag van het arme volk is droeviger dan de begrafenis van een vorst! De straten versperrend kwamen ze als een bloedstroom traag en zwart, langzaam de kerk binnenvlieten. De adelijke dames stonden op in de banken, om er naar te zien. Sommige bleek van angst, andere rood van toorn, eenige louter nieuwsgierig, enkele tartend brutaal, verscheidene innig verontwaardigd en met diepe verachting vragend, wat men nog meer had te wachten ? Er waren er, die haar geparfumeerden zakdoek voor den mond hielden, om den glimlach te bedekken, die niet voegde op deze heilige plaats; terwijl anderen elkaar met een beteekenisvollen blik en ritselend met hare moiré zijden japonnen haar vlugzout reikten. En inmiddels trok die lange, donkere streep vol menschenhoofden, langzaam door de zijgangen naar het altaar, 't Was, of een gewonde slang, sissend uit haar schuilhoek verdreven, met sidderende kronkelingen nu naar rechts dan naar links zwaaiend en telkens schokkend stilhoudend, zich voortbewoog. Wat een leelijke tronies rezen van alle zijden uit die opeengepakte menschenmassa voor u op! Men is niet gewoon zulke aangezichten in het volle daglicht te zien. Meestal schuilen zij weg in kelders en holen, opdat zij u niet, even als Romney Lèigh, waanzinnig mogen maken. Aangezichten ... mijn God, noemen wij dat aangezichten van mannen en vrouwen, ja en van kinderen ook? Kinderen, zuigelingen, die als een vergeten vod op moeders schouder hangen; arme mondjes, waarvan moeders klappen de moedermelk wisschen, voordat ze leeren vloeken als zij. Aangezichten? bah! wij zouden het even goed ondeugden kunnen noemen, die tot stille wanhoop zijn verkankerd, of smarten, die tot ondeugden versteenden. Geen spoor van hun Maker is er op achtergebleven. Verdorven, verloren; het gelaat versleten als het kleed, de wil losbandig als de daad, de hartstochten ontketend en in het slijk woelend, opdat de voet bij de eerste vrije schrede

Sluiten