Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zien. Hij zond mij den brief twee uur later door Lord Howe, met een enkel woord er door hemzelven met zijn welbekende hand bijgevoegd.

De brief luidde aldus:

„Edele vriend, dierbare heilige, wees niet boos op mij, denk niet laag van mij, die morgen uwe vrouw zou kunnen zijn, als ik niet nog meer liefde voor u had, dan dit woord in zich sluit. Vaarwel mijn Romtiey. Laat het mij één enkele maal neerschrijven — Mijn Romney.

,,'tls zulk een heerlijk woord, die twee verbonden! Ik heb den moed niet het door een vlek weg te maken. Wij zeggen ook wel op onze knieën „Mijn God" en Hij is er niet toornig om. Gij ook niet, niet waar? Ik weet, dat ik kinderachtig, zwak, ijdel ben, maar het meest nog verwijt ik mijzelve, dat ik — gisteren, bij uw laatst bezoek — uw laatsten voetstap op de trap heb gemist. Dat was voor het eerst dat mij een stap van u ontging. Ik heb hem zoo lief — bijna zoo lief als den klank van uw stem, maar gisteren ging door mijn snikken die muziek voor mij verloren.

„Mijnheer Leigh, gij zult mij veroordeelen, ik weet het; gij hebt mijn waarheidsliefde geprezen en nu zult gij zien, dat ik den moed niet heb gehad, om ten volle waar te zijn. Eens ben ik begonnen u te zeggen, dat zij, die vrouw, bij mij was geweest, maar toen staardet gij op den grond in een van uw gepeinzen ... en dat schrikte mij af dien dag. Daarna sprak iemand met zóóveel wijsheid over mij en met zooveel teederheid over u en overreedde mij, dat ik, ter wille van u, het zwijgen moest bewaren ... wel, ik geloof thans, dat ik verkeerd deed met te zwijgen.

Er had waarheid kunnen zijn tusschen u en mij, al bleef er ook niets anders bestaan. Toch was spreken gevaarlijk. Denk eens, dat een wezenlijke engel uit den hemel daalde, om met menschen te verkeeren; hij zou het verstand verliezen, zoo geen bedachtzame hand hem een blinddoek voor de doordringende

9

Sluiten