Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegt: „Zie." Ik bezweer u, zoek mij niet, noch kwel u met pijnlijke gedachten, dat ik misschien in het ongeluk ben geraakt. Geloof, dat ik wel en voorspoedig en blij te moede ben. Maar zóó, zóó ver van u weg, dat gij mij lichter in mijn graf zoudt kunnen vinden; en .... let wel, dat begeer ik aldus. In het overige zal een al te edelmoedige kennis voorzien en mij gelukkig maken, gelukkiger....

„Daar is een vlek — de inkt is wat dik — wij

schreien zoo licht, wij luchthartige schepsels

Gelukkiger, wilde ik zeggen, dan ik als uwe vrouw zou kunnen zijn. O mijn Ster, mijn Heilige, mijn ziel, want ja, gij zijt mijn ziel; door u heeft God mij aangeraakt! Zoo gansch verloren ben ik niet, dat ik u niet zou mogen danken voor al het goede, dat gij aan mij hebt gedaan; voor de tranen, die gij droogdet toen ik bitter weende als nu; voor de keeren, dat gij mij van vreugde hebt doen schreien bij de gedachte, dat ik misschien zou leeren wat schrijfwerk voor u te doen en daardoor 's avonds uwe oogen zou sparen. En het meest nog dank ik u voor die driemaal, dat gij mij op de lippen hebt gekust en mij uwe „lieve Marian" hebt genoemd.

„Deze brief moet bijna onleesbaar zijn voor ieder ander dan gij. Maar gij zult er uit wijs worden, daar ben ik zeker van. Mijn hand beeft; ik kan niet goed zien en ik ben nooit vlug met schrijven; toch heb ik heusch mijn best gedaan, om mijne g's te maken, zooals gij het mij hebt geleerd. Vaarwel! Dat Christus u liefhebbe. Noem mij thans: „Arme Marian."

Arme Marian, — lichtzinnige Marian — was het 't eerste — was het 't laatste? Dagen lang lazen en overdachten wij hare aandoenlijke, hare onverklaarbare woorden, vruchteloos naar den zin van het raadsel zoekend. Wij putten onze verbeelding uit, alsof haar brief een zomerwolk ware, waarin men de meest tegenstrijdige figuren zoekt te zien: nu een gevlekte Hydrahuid, dan een scherm van uitgesneden

Sluiten