Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den gloed van 's levens zon gebronsd, terwijl ik... het was alsof geen zon mij had beschenen, zooveel jaren reeds was het geen lente voor mij geweest! Mijn wangen waren verwelkt en ingevallen; het warme, jonge bloed was er in verbleekt, wit geworden, als dauw op najaarscyclamen. Mijn oogen en mijn voorhoofd alleen herinnerden aan mijn oude gelaat.

,,Aurora," sprak hij, „gij zijt veranderd; gij zijt ziek!"

„Neen Romney, alleen maar niet ingeslapen," antwoordde ik met een flauwen glimlach. „Ik denk, dat gij den dichter van Vaucluse minder slaperig dan de herders zoudt gevonden hebben. Wat is Kunst anders, dan Leven op grooter, hooger schaal; het, hongerend naar het oneindige, in telkens wijder cirkel al hooger en hooger stijgen, naar het wezen der dingen, het ware zijn! Kunst is Leven en waar geleefd wordt, wordt geleden en gewerkt."

t Was of hij mij met zijn smartvolle oogen door en door wilde zien. „Gij neemt de zaak ernstig op, nicht; gij wijst het recht, dat gij in uw droomenland op rust in groene weiden hebt, van de hand; gij drijft de kromme ploegschaar van het werkelijke leven door de geurige velden, waarop de nimfen dansten; gij velt de boomen in het woud der legende om de personeele belasting te betalen. Wel zijn het kwade dagen voor u, dichters, als gij zeiven uwe kunst niet op andere wijze prijzen kunt. En kunt gij het niet, waarom dan geen handwerk geleerd en der maatschappij tot nut geweest? 't Zou uw jeugd minder duur te staan komen."

„Tot nut , herhaalde ik op zachten toon, „ziedaar het punt, waarom wij altijd in zwarte kringen blijven zweven, als zwaluwen, zich in het stervend jaar bereidend tot verre vlucht over onbekende zeeën. En wij, waarheen gaan wij?"

„Ja waarheen," sprak hij met een zucht. ,,De geheele schepping verbijstert ons met vragen van het

Sluiten