Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE BOEK.

hnZTZderiS- fdgh- Hoe zou ik durven

hopen, dat mijn lied zal samenstemmen met den mensch en de natuur? — Met het lavavocht, uit onnaspeurlijke melkwegen, dat van Gods vingeren

druppend, zich tot nieuwe werelden condenseert-

met de ademlooze rust van den weelderigen zomerdag in de onze; met de eerste levensteekenen der ^nte als de sappen in beweging komen, de crocussen met haar gouden kokertjes door de aardkorst boren: ïefelijke boden van den bloemenschat, die volgen gaat; - met winterkou en herfstgetij en meer nog, met d,e grootere jaargetijden in het menschenhart, als dit hoopt en vreest, juicht, lijdt en bemint; met den gloeienden hartstocht der liefde, die het

wk!w Ver! ' terwijl h'j der ziel een hooger j- -0, ?ee, ' me': de glanzende moederborst, die zich in hare zuivere ronding zwellend welft over het jonggeboren wicht; met het leven in al zijn volheid en bovenal - met de heilige verrukking der ziel, wanneer zij, als een lang bedwongen vlam in v"r'gen gloed omhoog stijgt en het stoffelijk omhulsel verteert, terwijl zij zich tot de onstoffelijke wereld opheft. — Zal ik tonen weten te vinden, die

Sluiten