Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat ons betreft, wij zijn geroepen, om een nog inniger menschelijkheid in de lagere natuur aan het licht te brengen, indien wij niet door ware kunstenaars, als dorre bladeren zullen worden vertreden. De aarde, door Adam's schuld als een Fakir in een kist gesloten, bleef verstijfd en verdroogd, een dood lichaam, niets meer, totdat Christus nederdaalde, het deksel oplichtte, de gesloten oogleden openwrong en met zijn koninklijke zalf de als leder geworden tong ontrolde en in beweging bracht. Sedert die ure leeft zij, heeft heugenis van het verleden, voelt al hare polsen kloppen, drinkt met eiken ademtocht nieuwe bezieling in, staat met het Al in oneindige verbindingen. Thans hebben wij geen halfgoden, geen Faunen, Najaden, Tritons en Oreaden meer van noode, om als vampyrs zich van een gevoellooze wereld meester te maken. Zie deze groene aarde, vleesch van ons vleesch, even onloochenbaar menschelijk als dit ons lichaam, als deze doorschijnende aderen, waardoor ons hartebloed stroomt. Er is geen bloem nog vóór den zomer verwelkt, die er geen roem op draagt, dat zij, als symbool, door oorsprong, beteekenis en overeenstemming, tot die geestelijke wereld behoort, die, buiten de grenzen van tijd en ruimte gelegen, het einddoel van onzen aardschen levensweg is.

Laat de dichter dit in menschelijke woorden kleeden, of, kan hij de gedachte niet vatten, zich zeiven op lager standpunt stellen; zich een onbekwame tolk verklaren, die door de eenvoudigste sleutelbloem wordt beschaamd.

Zoo slaagde dan ook mijn herderszang niet; het was een boek, dat niets dan de oppervlakte schilderde, fraai, koud, onwaar, een letterlijke copie—niet slecht geschreven, maar juist daarom, geloof ik, nog minder goed. Laat mij mijn afkeuring van zulk werk uitspreken, en voortaan betere dingen doen . — Wat zou het publiek mijn nederigheid prijzen, indien het deze mijne bekentenis hoorde, en toch, hoe hoog-

Sluiten