Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hartig zijn wij, waar wij op ons zeiven durven nederzien?

De kritiek zegt, dat het heldendicht met Agamemnon en de Olympische goden is uitgestorven. Ik wil het niet gelooven. Ik heb nooit kunnen toegeven dat de Homerische helden twaalf voet hoog waren. Zij waren slechts menschen. Heiena's haar vergrijsde zoo goed als dat van Miss Smith, die een tour draagt, en Hector s zoontje was bang voor een vederbos, zooals laatst het uwe voor een kalkoenschen haan. Alle ware helden zijn bovenal menschen en alle menschen mogelijke helden. Iedere eeuw, heroïsch van afmetingen, met dubbel aangezicht naar achteren en naar voren gericht, verwacht een morgen en eischt een heldenzang.

Ja, maar iedere eeuw komt aan hem, die er in leeft (vraag het Carlyle maar) zeer onheroïsch voor. Daar hebt ge de onze: De denkers verachten haar en er zijn tal van dichters, die haar met geen vingertop zouden willen aanraken. Een eeuw van lood en tin, met zilver bestreken; een eeuw van schuim, van rijker verleden afgeschept; een eeuw van lappen op oude feestgewaden: een eeuw van overgang zonder eigen beteekenis, tenzij om, als God wil, door een volgende beschaamd te worden gemaakt! Dat is onwaar gedacht in mijn oog, en onware gedachten maken zwakke gedichten.

Iedere eeuw wordt slecht gekend door wie er toe behooren, omdat deze haar op te korten afstand beschouwen. Denk u den berg Athos naar het plan van Alexander tot het beeld van een kolos uitgehouwen; meent ge, dat de landlieden, die hout 'wamen sprokkelen in zijn oor, daar omhoog meer an de knabbelende geiten van een menschelijke gestalte zouden hebben bespeurd? Neen, zij zouden mijlen ver hebben moeten gaan, om het reusachtig beeld te onderkennen, om het menschelijk profiel, en neus en de kin te onderscheiden, den mond te

Sluiten