Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den knapsten man, dien wij op het oogenblik bezitten."

Sir Blaise Delorme antwoordde kalm en plechtig, alsof hij op zijn veroordeelend standpunt geanimeerd spreken beneden zich achtte: „Is Leigh uw knapste man? Dezelfde niet waar, die een paar jaar geleden door een trouweloos jong meisje, dat hij uit de volksklasse had opgenomen, bedrogen en verlaten is? Thans schijnt hij voor de verandering een bloem aan de andere zijde van de sociale doornhaag te hebben geplukt."

„Een bloem! een bloem 1" riep mijn Duitsche student, haar met de oogen schier verslindend. Hij was twintig, dat zag men.

Sir Blaise vervolgde op vriendelijk aanmatigenden toon, alsof hij een aalmoes in een hoed had geworpen en daar nu nog wel een goeden raad aan toe mocht voegen . „Mijn jonge vriend, ik betwijfel of uw knapste man knap genoeg zal zijn, om voor zijn heidensch phalansterie of zijn christelijk tehuis iets wat naar hulp of steun gelijkt van zulk een opgetooid schepsel te erlangen."

„Heerlijk schoon," murmelde mijn opgetogen student. „Zie die houding eens! zij wuift het hoofd, alsof zij werkelijk een bloem ware en een zuchtje van ons spreken haar van verre bereikte."

Waarop die heftige Grimwald, (dezelfde die in de „Dageraad" schrijft), oogenschijnlijk in een album met autografen verdiept en zeker bezig in zedelijken zin het gebeente van al die schrijvers met het grootste welgevallen te vermorzelen, zich met een korten, ruwen lach omkeerde: „Een bloem? Wel zeker! Zij naait niet, zij spint niet, noch bekommert zich om haar kleèren — die afvallen."

De student keerde zich van hem af, als van een stekend insect. Sir Blaise evenzoo en daarop vervolgden beiden hun gesprek, zonder den criticus verder met een woord te verwaardigen.

Die goede Sir Blaise heeft een hoog voorhoofd,

Sluiten