Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar opvallend smal. Een rukwind zou hem, meent ge, plotseling dakloos kunnen maken: de bovenste verdieping van zijn hoofd, dat pakhuis vol middeleeuwsche reliquien, wegblazen. Gij bewondert den neus in profiel, ofschoon ge de kin voorbijziet. Maar al let ge deze niet op, het ebbenhouten kruis, door een heiligen monnik als boetedoening voor aanvechtingen des vleesches gesneden, ontgaat u zelden. Hij draagt het, naar het heet, op de bloote borst, maar toevallig kruipt het altijd hier of daar door een kleine opening heen. Hij zat er als in gedachten mee te spelen, terwijl hij op zachten toon sprak — op de sofa waar ik zat kon ik hem woord voor woord verstaan:

„Mijn beste jonge vriend, als wij, gelijk de gezegende heilige Lucy, onze oogen op een schotel konden dragen, zouden deze ons niet verlokken, om een vrouw te kiezen, alsof wij ter wille van de kleur een kleedingstuk uitkozen. Onze vaderen deden niet alzoo en daarom, als zij eenmaal den sleutelring om het middel hunner uitverkoorne hadden bevestigd, was het aan de trouwe vervulling harer plichten, dat deze hare waardigheid dankte. Haar boezem was het heiligdom van haar kroost en als een moralist iets in haar kleedij vond te berispen, dan heette het: ,,Te veel stijfsel" en niet: „Te weinig kamerdoek."

„Ba, ' hernam de ander op verachtelijken toon — hij leek me een weinig verstoord, omdat hij „jonge vriend" werd genoemd — „bij de heilige Lucy — zoo dit ten minste de heilige is om bij te zweren — laten wij onze vaderen met rust; onze zonen maken het ons lastig genoeg" — hij streelde zijn baardelooze kin — „ja, lastig genoeg, mijnheer. De komende geslachten liggen ons als een nachtmerrie op de borst. Al ons doen en laten, ja ons eten en drinken wordt tot een pijnlijke profetie. Ik bid u, waar zouden wij, al wilden wij, tijd kunnen vinden om onze vermoeide handen voor uw flikkerend nachtlicht van het verleden te houden, ten einde den tocht af te weren,

Sluiten