Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steenkool en klei doorzoekt, om op ijskouden toon te besluiten: „Hier is natuurwet — waar is God?" En gesteld eens, dat Romney haar niet beminde — erger nog, dat hij onvatbaar voor liefde ware — dan waarlijk zou zij goed genoeg zijn voor zulk een man, tot beminnen onbekwaam. Want zij ten minste is een vrouw, die hem liefheeft met de liefde, waartoe vrouwen van hare soort in staat zijn.

Mijn lang, loshangend haar begon te flikkeren en te kronkelen, vol leven, tot waar het mijn knieën bereikte. Met een hartstochtelijk gebaar wierp ik het naar achteren, zooals de wind de vlammen terug drijft. Romney lachte eens: (wat leven al de oude herinneringen weer op!) „uw Florentijnsche lichtvliegen leven voort in uw haar," zeide hij, „het vonkelt zóó." Wel, ik wrong ze er uit, mijn lichtvliegen; ik maakte een knot, hard als het leven, van die losse, zachte, onhandelbare krullen en ging toen zitten denken... Zij zal niet van mij denken wat zij denkt... Ik kreeg mijn schrijfgereedschap en schreef:

„Waarde Lady Waldemar. Ik kon niet spreken met al die menschen om mij heen en evenmin kan ik, na het groote nieuws, dat ik van u en van mijn neef heb gehoord, gaan slapen zonder te spreken. Moogt gij volkomen gelukkig zijn en moge zijn leven overvloeien van al het goede, dat hij der menschheid heeft toegedacht. Zeg hem dit uit mijnen naam. Uit uw mond zullen mijn woorden liefelijker klinken, want gij zijt gij... Ik slechts — Aurora Leigh."

Dat is kalm en bedekt. Zij moge het tegen het licht houden, zij zal niet meer zien dan er staat. Daarmee is mijn trots bevredigd; nu nog iets voor mijn rust. Laat ik zorgen, dat zij niet in dezer voege antwoorde:

„Mijn besten dank, liefste vriendin; gij hebt mijn groote vreugde nog grooter gemaakt!" — Neen dat is te eenvoudig; zij zou er dit van maken: „Mijn vreugd zou reeds geurig zijn als verdroogde thijm

Sluiten