Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den schoot geworpen! Wat eindelooze straten met onafzienbare rijen boomen beplant, tegelijk prijkend met winkels, die u tegenschitteren als juweelen in een open écrin. Te Parijs is de handel kunst en de kunst philosofie. Zie die zijden stoffen daar, een schilder zou van die plooien een studie kunnen maken, even goed als van die bronzen aan de overzijde. — Neen, die bronzen zijn niet volmaakt; de kunst is hier tè gekunsteld, behaagziek als een jonkvrouw, die onder het gaan haar eigen schaduw op den muur bespiedt, en daardoor schade doet aan haar elastischen gang. Echte kunst daarentegen vervolgt zonder omzien haren weg. Ook de kunstenaren zijn in Frankrijk idealisten, te absoluut voor de natuur, te streng logisch, te uitsluitend in de toepassing hunner theorie. Niet een van hen zou een ezel of een kromgegroeiden boom willen sehilderen zooals de Engelschen doen, omdat zij het zoo vóór zich zien en het niet leelijk vinden ook. — Daar is de oude Tuileriën! Hij trekt zijn hooge kap over de oogen. in verwarring gebracht, beschaamd, verschrikt bij het verschijnen van een nieuw en schoon gelaat in die alles verslindende spiegels. Welk een kinderschaar in dien tuin, achter het vergulde traliehek! De wind, die hier wat al te lustig blaast, was wellicht de genius, die hen uit alle straten en hoeken der groote stad, als bladeren onder de kastanjeboomen heeft bijeengedreven. Aanvallige, lieve kleinen, ik hoop dat gij uw balspel ten einde moogt hebben gebracht, voordat een nieuwe revolutie u komt storen. Het wemelt er van standbeelden, die zich op hun voetstuk verheffen, als zweefden zij in die heldere, blauwe lucht. YVat een pleinen, wat een ruimte voor een volk, dat niet langzaam loopen kan — dat zich voorspoedt, tot het aan gindschen hoek in zijn vaart wordt gestuit door de gebitten van den dentist, die in spookachtige rijen tegen allen vooruitgang schijnen te grijnzen. & J

Sluiten