is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ver nomen" a d'' H Verschrikt' daf> wanneer hij

e nomen had, dat Dumas voor den eerstvoleenden

niet licht en h" Z'Jn ?e academ'e'eden) zullen ze niet licht in hun provisiekast bewaren.

•l. zoo, mij aan bittere scherts overgevend keerde

«k schoorvoetend naar mijn hotel teru| O menschen

wereld, juristen, poëten, droomers If waT ook

wezen moogt, aan welk een afmattend verstoppertje

rcheneennebeeen.dWij ^ ^ ^tasie

zien een beeld en dat niets, dat wij iets noemen rennen wij achterna, trachten wij te grijpen, tot het

liik hntgaat Cn W'J °DS Zelven er biJ verl'ezen. Eindeei het W'ltCgen 'emand aan' die eveneens zoekt nhiln rgef°Chte teSeli-ik met zichzelven verliest _

pï et J5? PhiIanthro°P - academist tegen P eet man tegen vrouw — doode tegen levende -

rol B.e„ef ^rUotópS" ?ï" Ss zge,e

zulke bloemen vindt. Maar toch in Engeland ook Het was een gele roos, die Romney gewoonlijk on miin

Sukt? K fC 2U'dzijde van het zomerhuisje voor mij plukte. Behalve op dien laatsten. Toen had ik d^n

bC. meeï geSCh"d; er bleef ««> ">><«'=

Ifai?» dC uraart "gezien. Ik moet niet te lang- van

zijn zane eiVesnt' de laatste nachtegaal

zijn zang en sterft de laatste lichtvlieg in de ma*

Mijn ziel heeft dringend behoefte aan een zonnebad

blelf ^ ve,rnieuwende kracht. In dit kille Noorden Z1J te nS m de oude vormen staan.