Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonneschijn ben verwend. En bovendien, ik, die haar gezien heb, ik zal, ik wil haar weder zien, zoo stellig als ik eenmaal den hemel hoop te aanschouwen. Ik zal de politie om hulp vragen; die zal haar opsporen, haar eigen terrein geheel doorzoeken. Wij zullen dit Parijs tot in zijn catacomben ten onderste boven keeren; wij zullen haar schuilplaats ontdekken, haar te voorschijn brengen, haar redden, 't zij met, 't zij tegen haar wil; 't zij met of zonder kind. Is er een kind, welnu dan zijn er twee, die gered moeten worden !

De weken gingen in vruchteloos zoeken voorbij, 't Ware lichter een voetstap aan het zeestrand weer te vinden, nadat de vloed er over henen is gegaan, dan Marian's voetspoor in de rustelooze branding van deze menschenzee. Misschien is zij dezen weg gegaan, maar een sterrevisch heeft dezelfde richting gekozen en den indruk van haar kleine schoenen uitgewischt. — De ontmoedigde politie liet mij in den steek. Het was onmogelijk een meisje en een kind te vinden, waarvan niets viel te zeggen, dan dat het eerste opvallende oogen en zulk zwaar haar had, dat het haar als een ijzeren kroon op het voorhoofd drukte; — vrienden vergrooten algemeenheden, zich verbeeldende bizonderheden aan te wijzen. Wel, het krielde te Parijs van meisjes met oogen en haren. Zij spoorden geen Marian Erle, maar Mathilde's, Justine's, Victoire's of onder de Engelsche, Betsy's en Sara's in menigte voor mij op. „Zij konden even goed naar buiten in het veld gaan, om in de peulen een gespikkelde boon, zus of zoo gespikkeld, te zoeken." — Daarmee lieten zij mij over aan mijn lot. Maar kon ik haar aan het hare overlaten? Heb ik dan gedroomd toen ik haar zag?

— God zij gedankt, ik heb haar gevonden! Ik zeg: ..Goddank", hoewel dit vinden de wereld boozer, rampzaliger voor mij heeft gemaakt. Maar toch, ik dank Hem om harentwille. Want zij...

Sluiten