Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koren, zijn beleefde, minzame vrienden tot haar had geleid en zij hun goedheid vol vreugd, als een deel van het zijne had aangenomen, was het langzamerhand tot haar traag bewustzijn gekomen, dat ook zij niet op hare plaats was in dezen hof van Eden; dat ook zij als het geitje juist de meeste schade aanrichtte daar, waar zij de meeste liefde bedoelde, 't Was een gedachte, om een vrouw — ja zelfs om een dier — krankzinnig te maken; de gedachte, dat gij met den mond, die hem uw liefde en volkomen overgave aan hem betuigt, den man, voor wien gij in den dood wilt gaan, een besmettelijke ziekte toeademt; dat gij, de armen om zijn hals slaande, hem naar beneden trekt en doet verdrinken; dat gij, door uw ziel op hem uit te storten, verderf over zijn hoofd brengt. En die afschuwelijke gedachte, eenmaal opgerezen . ..

.'•Wie mij tot zulke gedachten bracht, vraagt gij mij? Wiens schuld het was dat ik ze voeden gino-? Wel, niemands schuld. Het licht gaat op, en wij zien wat wij niet zagen. Als wij zeiven geen oogen hadden, zouden wij niets waarnemen, al scheen ook het licht! Zoo is het Marian ook gegaan. Zag zij ten laatste,

t was omdat het vermogen er toe in haar zelve was

zonder dat, zou al wat Lady Waldemar gezegd had ijdel zijn geweest..

O mijn hart, o waarschuwende stem in mijn hart. ,, t Was dus Lady Waldemar die sprak!" riep ik uit.

„Sprak zij f hernam Marian vragend en in zich zelve, „of gaf zij alleen maar te kennen; legde zij de woorden in haar gelaat, in haar blik, in de plooien van haar kleed, waaruit ze bij de minste beweging tot mij oprezen, als de geur van een of ander wel-

riekend vocht? Wie zal het zeggen, wie het raden?"

Eén ding was zeker: van het oogenblik af, dat de edele dame haar eerste bezoek had gebracht, was Marian de zaken anders gaan inzien, zich minder zeker gaan voelen onder het beschuttend dak, door de omstandigheden haar aangewezen, en waaronder

Sluiten