Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik dacht: nu doet hij misschien den trouwring aan den vinger dezer vrouw glijden.

Zij ging voort:

„De dame, mij niet kunnende overreden, raapte mijn verscheurde wenschen van den grond en voegde ze met weldadige hand bij elkander. Daar ik ver van Engeland vrijer meende te kunnen ademhalen, onmiddellijk zonder vaarwel vertrekken wilde, met één ruk den eenigen bloeienden tak van mijn doornigen levensboom wilde scheuren, beloofde zij goedertieren mij hiertoe de middelen te verschaffen; terstond voor mij vrijen overtocht naar de koloniën te nemen. Daarbij zou ze mij aan de zorg toevertrouwen van iemand, die eenigen tijd geleden haar kamenier was geweest, goed op de hoogte van alles was en juist op het punt stond naar Australië te gaan, om daar haar fortuin te maken. — Ik dankte Lady Waldemar, zooals men op zijn sterfbed den vriend dankt, die nog eens voor 't laatst onze peluw schudt — veel is het niet, maar 't is al wat men vermag: rustig te gaan neerliggen om te sterven."

„En zoo was dan alles vastgesteld en zoo kwam die vrouw, waarvan zij gesproken had, dag aan dag mij bezoeken ..."

Hier hield Marian op met spreken en staarde mij stokstijf aan met oogen vol afgrijzen, alsof zij een spooksel voor zich zag. (Was ik wit als een geest misschien?) — „Zou God waarlijk," sprak zij, „alle schepselen maken? Of weet de duivel hen zóó met zijn gif te bezwadderen, dat wij twijfelen gaan wie machtiger is, de Maker of de Bederver? Het gelaat, de stem, de manieren dier vrouw stuitten mij van het eerste oogenblik af tegen de borst. Ik bloosde als ik haar aanzag, ik beefde als zij mij aanraakte. En sprak zij mij liefkoozend toe, dan huiverde ik terug, alsof een mij haatte, die de macht had mij kwaad te doen. Zoo vaak zij kwam, rilde ik, alsof er iemand over mijn graf ging. Eindelijk sprak ik er Lady

É

Sluiten