Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE BOEK.

„Wat de vrouw beoogde ? Laten wij onze vingers niet bezoedelen met naar de wortels van brandnetels te wroeten. Die weeke klei is spoedig doorzocht. Lady Waldemar had haar met milde hand de middelen voor haar Australisch plan verschaft en tegelijk de gelden voor mijn onderhoud [toevertrouwd. Om beide sommen voor zichzelve te kunnen houden, behandelde zij mij op zoo duivelsche wijze, 't Was zoo vreemd niet, mijn moeder zou hetzelfde hebben gedaan. Laat ik verder gaan j brandnetels vind men overal, maar het zachte groene gras groeit toch nog weliger. Het blauw aan den hemel is grooter dan de wolk. Een molenaarsvrouw te Clichy nam mij meedoogend onder haar dak. Haar goedheid bracht mij tot kalmte; mijn smart werd stille droefheid. Zij vond een plaats als kamenier voor mij te Parijs, en daar trachtte ik den afgeworpen levenslast weer op te nemen, gedwee als een geslagen ezel, die, neergevallen onder de vracht hem opgeladen, toch weer opstaat, om aan die vracht nog een ander pak te zien toevoegen.

„Zoo gingen eenige maanden voorbij. Mijn meesteres, jong, dartel en luchthartig, maakte het mij niet moeilijk ; minder uit goedheid, dan omdat zij het te druk

Sluiten