Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander uit, reikhalzend naar een teug van den koelen, blauwen wijn der zee en begeerig de reizigers aan te staren. Spits boven spits rijzend, verhieven zij zich. Over de uitgestrekte watervlakte der Thyrheensche zee, die het schip van hen scheidde, zag ik de nevelige olijvenwouden, die langs hun hellingen nederdaalden, om in het even bleeke maanlicht te vervloeien en daartusschen, hier en daar, een bruine kloostertoren die als uit de bruine rots scheen te groeien. Kleine dorpen, zichtbaar door de lichtjes, die er flikkerden, hingen als gevallen sterren aan de glooiing. Men vroeg zich onwillekeurig af, hoe zij niet meegleden met de watervallen, wier schuimvlokken de myrthe- en oranjeboschjes met zilver bestoven.

Zoo schreed mijn Italië al nader en nader. Genua daagde met den morgen. Het lange, bleeke paleis der Doria's kwam uit de groene heuvelrij, die de stad vooraf gaat, te voorschijn. Als een marmeren vinger, de schepen wenkend, rees het in de vale uchtendschemering omhoog.

In die ure dacht ik niet: „Mijn Italië"; ik dacht:

„Mijn vader! O, mijn vaderhuis zonder vader!"

Plekjes op aarde zijn te veel of te weinig voor den onsterfelijken mensch. Te weinig, wanneer de Meimaand der liefde den grond met al haar bloeiende ranken bedekt; te veel, wanneer dat welige groene kleed als dorre bladeren ons om de enkels ritselt. Waarom is het ons goed hier of daar te zijn ? Om den droom, dien wij op gindschen steen droomden, om dit of dat wat er ons de ziel verrukte. Komen wij later, ten volle ontwaakt, tot den steen zonder droom terug, dan bezeeren wij ons, zoodra wij den den voet op hem zetten, Erger nog, hij valt op ons en verplettert ons, zwaarste grafsteen op deze gravendelvende aarde.

Terwijl ik daar stond in gepeins verloren, voelde ik een hand zacht mijn arm aanraken en mij omwendend, zag ik een paar vochtige oogen, die de

Sluiten