Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ge geeft het mij toe, origineeler zijn geweest. Maar zij, zij geeft mij niets toe. Alleen heb ik er haar o vreugd, toe gekregen in de volgende maand den huwelijksdag te bepalen. — 't Is aardig om te zien,

UkkVr°UWen' vrouwen van uwe s°ort, kunnen liefhebben en haar hart als aan uwe voeten vaststrikken, /.ij stuiven op bij het minste woord, dat wij mannen tegen u te zeggen hebben en zetten ons op onze plaats met een gezicht, alsof een man — er zijn er toch die met kwaad schrijven, zou ik meenen — ™ar een man blijft, arme sukkel, terwijl gij! — schrijf minder goed dan Aurora Leigh, er zullen altijd vrouwen zijn (buiten Kate) die gelooven, dat gij over een zandgrond kunt gaan, zonder den indruk van uw voet na te laten!

»Z'jt gij even verwonderd over mijn huwelijk als de arme Leigh? „Kate Ward?'' riep hij. „Kate Ward!" herhaalde hij; „ik meende"... hij hield op — „ik dacht niet" — hierop zweeg hij geheel.

„Helaas hij is wèl veranderd. Gij weet, ik had hem m lang niet gezien, maar ging hem nu natuurlijk opzoeken. Ik heb er in dezen brief niet van gewaagd, omdat ik uw hart maar al te goed ken; ik schreef maar opgewekt voort, juist van wege deze drukkende zaak, zooals klokken beter loopen, als ze met lood zijn bezwaard.

„Wat bitter, bitter jammer van goede, beste Leicrh. In de dagen van weleer in Shropshire, toen gij en hij menigen strijd streden over de vraag wat ge doen of niet doen zoudt, brood of verzen maken, (daar kwam het op neer), dacht ik, dat gij eens door een gouden ring heen een zijden vredelint zoudt halen, t Was dwaas gedacht, dat bleek maar al te duidelijk, want gij beiden gingt hoe langer hoe verder uiteen, maand op maand, van jaar tot jaar, totdat het eindelijk hierop uitliep. God weet best wat goed is,

Zegwn-rWij' maar W'J ze£Sen het met een diepen zucht, loen de koorts hem de eerste maal overviel,

Sluiten