is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij z'ch naar het onstoffelijke zoekt uit te strekken. Met sterfelijke oogen blikt hij op het vergankelijkheid, tot een onsterfelijk gezichtsorgaan hem daarin het oorspronkelijk type doet aanschouwen; hem tot de werkelijkheid — door sommigen verkeerdelijk het ideaal genoemd - doet doordringen. Tot de werkeij ei ja, die eens, als alles bij zijn waren naam wordt genoemd, het wezen der dingen zal heeten. Sla het ruwe, gegroefde gelaat van den eersten den besten landman hier slechts lang genoeg gade, enge -uit hier of daar uit de klei een Antinoüs u zien tegenstralen, even volmaakt van trekken als die, welke u te Rome uit het bleeke, van schoonheid verzadigde marmer tegensmacht. Zet uwe waarneming voort en aalt het u niet aan blik, dan zult ge achter dezen een nog heerlijker gedaante, een hemelsche verschijning zien oprijzen, hem in schoonheid voorbijstrevend, zooals hij den boer overtreft, hem met bovenaardsche meerderheid voor altijd in de schaduw stellend. Vincent Carr.ngton heeft deze leer met hart en ziel omhelsd. Hoe kan hij anders? Een kunstenaar als hij,

uefnj ?0™' een blad> een steen zonder waarde op het doek brengt, om plotseling dat alledaaesche voorwerp verwant te voelen aan, deel te voelen uitmaken van het onsterfelijk beginsel, dat het wezen van zijn eigen wezen is. Waarom zou een blad, een steen hem anders in verrukking brengen? De vocrel, die het donzen, nauw ontloken blaadje met zijn harden bek van een rijt, kent zijn zielsgenot niet. De merrie evenmin, waar zij graast aan der steengroeve rand. Maar de mensch, het tweevoudig schepsel, hij kan een tweevoudig bestaan, het inwendige en het uitwendige, omvatten. Niets ter wereld komt als een enkelvoud, als op zich zelf staande tot hem. Beker, kolom, reukschaal en kandelaar, het zijn allen voor hem slechts modellen van wat in den hemelschen tabernakel te huis behoort. Al het tijdelijke, geheel deze voorbijgaande verschijning is van koninklijke maag-