Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet die mooie, lange, witte waskaars, die anders hier binnen een week zou staan branden. B °nZa sü glorierijke Hemelkoningin!

Zoo zat ik te droomen en mij te verbeelden wat die gezichten te vragen hadden. Arme blinde zielen die langs het voetpad van den duivel naar den hemel kruipen. Wie weet, dacht ik, of Hij de hand niet naar hen uitstrekt en hen tot zich heft. Staat er niet geschreven, dat Hij het geschreeuw der jonge raven hoort en toch schreeuwen zij om aas. En zijn wij, o God, wij, die de anderen verontschuldigen, beterdoen wij op onze wijze niet als zijf Toen knielde ik op mijne beurt neder en boog het hoofd I hZ steenen, biddend dal, „ijl ik8,Is a„de°« dwazen begeerde wat mij niet voegde, naar onreine sniize bleef hunkeren, Hij het oor niet mocht neigen niar mijn smeeken; alleen maar mocht gedenken hoe arm « hulpeloos de zwakke, hartstochfelijke mensch™

in deiaL38en<1 a"de' mMr H«

Avond aan avond ging op die wijze voorbij. Ik erzuimde niet gaarne een zonsondergang op de brug evenmin als mijn wacht in de kerk. Ook bewoon ^

hJ,Jhg/faagh0nfr dle Vreemde' vroolijke menigte,&die ? f °P mij lette- Menschen, die men

hen iTin T W ^ boomen" Eenmaal slechts hep ik in de Santissima bijna tegen een kennis Sir

, .se Delorme aan. Hij zag mij, want hij sloecr' een

kruis veel haastiger dan bij de plechtigheid paste

achter e/rT" T° miJ,n schaduvv - ik was aanstonds achter een porphyrenplint getreden, hem in de on-

?eSe,ofladatndheém0f ^ ^ ^-7 had

gezien, ol dat hem weer, op zijn weg tot heiligverklaring, door Satan een valstrik werd gelegd. Hifwas valig voor ditmaal en ik evenzeer. Een oogeibïik later hadden de zilveren engelen op het stralend altaar geheel zijn ziel ingenomen.

Sluiten