Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die goede Sir Blaise! In Engeland kenden wij elkander zóó weinig, dat hier in Florence de gedachte aan mij wel tegelijk met mijn beeld op zijn netvlies verdwenen moet zijn. En toch bracht hij stoornis in mijn leven, want daarna bleef ik vaker te huis en zag toe, hoe de avond zich allengs meer bewust tot nacht ging louteren, totdat de maan, reeds tot een kromme lijn weggeslonken, als een sikkel aan het uitspansel kwam rusten, gereed voor de hand van Hem, die eenmaal zal nederdalen, om de oogst der aarde in te zamelen. In die uren was het met mijn dichterberoep gedaan. Voor het viervoudig aangezicht van dien zwijgenden Cherubim durfde ik met mijn bellen niet rinkinken. Hoe kon ik de godheid bezingen, terwijl God zoo nabij mij was? Ik schreef niet, ik las niet, en dacht evenmin; verzonken in mij zelve, zat ik roerloos in het toenemend duister neer, een zoutklompje gelijk, dat, onvoorziens in een beker oenomel gevallen, langzaam, langzaam wegsmelt, tot het geheel in den geurigen, maar thans ietwat bedorven drank is opgelost.

Sluiten