Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetzelfde en zitten dan neer en lachen niet langer. Lach gij gerust, Marian, gij hebt recht tot lachen, wijl God zelf vóór u is — en een kind. Ik die minder bevoorrecht ben — ik zucht.

De hemelen maakten ruimte om den nacht te omvatten, de zevenvoudige hemelen, die al hun poorten ontsloten, om de starren naar buiten te doen treden. Daar naderden zij, de duizendtallen, zich aankondigend, maar nog niet te onderscheiden. Nog altijd klonk de roep der uilen uit de hooge cypressen, als telden zij eiken polsslag van het ontwakend leven daar omhoog; purperen, doorzichtige schaduwen hadden van lieverlee geheel de vallei gevuld, zich over de stad als het ware uitgegoten, zoodat deze, van de overige schepping afgesneden, in een tooverzee scheen weg te zinken. Op haar nederblikkend overvalt u een hartstochtelijk verlangen, om een sprong te nemen en u in dien vloed te dompelen, een zeekoning tegemoet met een stem van vele wateren en verraderlijk zachte oogen en glibberige lokken, die gij niet kussen kunt of ge draagt hun zout op uwe lippen mee... De domtoren slaat tien, alsof hij tien vademen diep zich doet hooren; twintig kerken antwoorden hem, elk in haar eigen toon. Enkele gaslichten flikkeren langs straten en pleinen. De voorzijde van het Pitti-paleis straalt vurig in den nacht; evenzoo, over de kaden heen, het Maria Novella-plein, waar de mystieke obelisken, gedragen door de vier bronzen schildpadden, driehoekig, pyramidaal omhoog rijzen, als wachters van die heerlijk schoone kerk, die Buonarroti's Bruid mag heeten. Met haar groote blinde oogen, haar kringvormige wijzerplaten, door heel wat zonneglans en maangeglim verweerd, staart zij in het rond, vruchteloos vragend waar nog een geest, rijk als de zijne, moge schuilen. — Het is mij, als had ik den sprong genomen, ik zie het alles zoo klaar,., en... o mijn hart... de zeekoning!

In mijn ooren het ruischen van water. Daar stond

Sluiten