Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veler zonsondergangen neergezonken, dat wij hem voor het oog dier vermanende sterren niet levend, niet met ongeschonden wortel uit het smeulend vuur kunnen opdelven, op dien armen, verloren zomerdag hebt gij woorden gesproken, even waar als die van mij, welke gij het onthouden hebt waard geacht. Ik weet thans maar al te goed, dat, jong en onervaren meisje als ik was, wat meer zachtheid en bescheidenheid, wat minder aanmatiging mij niet tot oneer zouden hebben gestrekt. Gij begrijpt wat ik bedoel, niet waar: Ik meen alleen, dat ik thans juister, dat is minder hoog van mij zelve denk, dan toen ik een krans om mijn haren wond, en mij verbeeldde... ja lach maar, Romney, ik zal thans van harte met u lachen in de jaren, die op dien geboortedag zijn gevolgd, heb ik helaas, elke gelegenheid om mij vroolijk over iets te kunnen maken wel op prijs leeren stellen. Waart gij het, die zeide, dat ik niet was veranderd, altijd dezelfde Aurora bleef? Wel, dat is ook om te lachen. Ulysses' hond herkende hem en kwispelstaartte en stierf, maar als ik, ook ik vóór mijn Troye een hond had gehad en ge hem thans hier bracht... ik verzeker u, hij zou mij aankijken en lustig tegen mij blaffen en welgedaan voortleven, zooals ^ schepselen doen, die niets van de onrust

eener jarenlange liefde weten. Ik ben zoo veranderd

een hond zou mij niet herkennen en een vriend nog veel minder...'t is de kleur van het haar, die u misleidt; t is de klank van de stem, die u aan Aurora Leigh herinnert."

„Zoete klank van de stem! ik zou een hond willen zijn om haar te herkennen en op het hooren van die muziek te sterven! O, beste Aurora, zijt ge zoo droevig gestemd ? Gij kondt schier niet droeviger zijn, als ge mijn vrouw waart geworden."

„Uw vrouw! O, ik moet wel veranderd wezen, als ik, Aurora, zoo iets lichtzinnigs kan hebben gezegd, dat het aan de ridderlijke sporen van een

Sluiten