is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is waar, viel ik in, door een schertsend woord zijn bittere gedachten zoekende af te leiden. ,,Ja, wij generaliseeren genoeg, om het zelfs u naar den zin te maken. Bidden wij al, dan bidden wij niet langer om ons dagelijksch brood, maar om den oogst van een volgend jaarhonderd. Geven wij, dan reiken wij ons glas water niet aan, alvorens een \\ aterleiding-maatschappij te hebben opgericht en de buizen in den grond te hebben gelegd. Ezel of engel, t is bij allen hetzelfde. Geen vrouw kan haar plicht doen; dat wil zeggen, kan in het leven, in de kunst, .. we*enschap het beste voortbrengen, waartoe zij bij machte is en dan rustig neerzitten om haar werk voor haar te laten getuigen. Neen zij moet bewijzen wat zij vermag, alvorens het te volbrengen; over vrouwenrechten, vrouwenroeping, vrouwentaak zwetsen, totdat eindelijk de mannen, die van hun kant niet minder zwetsen, wrevelig uitroepen: „De roeping van de vrouw is klaarblijkelijk — praten." Arme zielen, geen wonder, dat zij ontstemd zijn: een ander te hooren praten is onuitstaanbaar."

„En gij, een kunstenares, oordeelt aldus?"

„Ik een kunstenares, ja — juist omdat ik kunstenares en vrouw ben. Ware er een andere vrouw hier, ik zou haar toefluisteren: „Stil zuster! geen woord! Door te spreken bewijzen wij alleen, dat wij spreken kunnen en daaraan heeft die man daar nooit getwijfeld. Waar hij aan twijfelt, is, of wij doen kunnen, behoorlijk en geschikt doen kunnen, wat wij tot heden niet deden. Welnu, doe het; breng het beeld, dat ge boetseerdet — er is ruimte genoeg! Hij zal het zien — zelfs bij dit starrenlicht zien, en zoo het ook maar in het minst den god gelijke, die door de schemering der eeuwen heen, langs het spoor van zijn eigen lichtenden pijl, zwijgend uit het marmer blikt, dan is al uw spreken overbodig. Het heelal zal voortaan het woord voor u nemen en verklaren: die dit kunstwerk schiep, is geschapen om het

18