Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de gedreven hoeken het wapenschild der Leighs. Ik moet zeggen, dat trof mij."

„Wat, die mooie gezichtjes? Arme Romney!"

„Voor het overige was de uitwerking gering. Tweemaal werden mijn ruiten ingeworpen door vrijzinnige boeren, die zulk een verstoorder van arcadische rust niet dulden konden. Wat had hij hun te zeggen, dat hun vrouwen hun eigendom niet waren, dat zij ze niet mochten trappen en schoppen naar Brittenaard? Wat had hij spaken in het wiel te steken, als alles, rustig als een zuigeling, die een slaapdrankje kreeg, den weg naar vrijheid en verhongering opging? Wat had hij zijn verfoeilijke londensche boeven en hoeren hierheen te brengen, om de lieftallige landelijke ditos met verbeterde zeden, zegge met een fraaie nieuwe levenswijze, te ergeren en te beleedigen? Mijn vensters moesten het ontgelden. Eens werd er op mij geschoten door een wakkeren strooper, die even te voren, uit den anderen loop van zijn geweer, op een haas had gemikt — hij was het ongestoord strikken van wild op mijn akkers moede en vol bezorgdheid voor de landelijke deugd; — hij trof mij echter niet. Herhaaldelijk werd ik met steenen geworpen, als ik door het dorp reed. „Daar gaat hij, die onzen christelijken adel verjagen wil en ons met vergiftigde kaas weerloos in de val zoekt te lokken, in die vervloekte gevangenis, in Leigh Hall met al zijn geboefte zoekt op te sluiten. Geef het een anderen naam, zeg Leigh Hel en steek er den brand in!" En zoo deden zij ten laatste, Aurora."

„Deden zij ?..."

„Hebt gij het niet gehoord, nicht? Heeft Vincent dan niet alles geschreven?"

„Deden zij? Hebben zij Leigh Hall verbrand?"

„Doet het u leed, Aurora? Ja, en zij hebben het goed gedaan ook. Geen half werk ditmaal, dat verzeker ik u. 't Is waar, 't valt lichter een huis te verbranden dan een systeem op te bouwen. Ofschoon

Sluiten