Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gaan, en dienen ze alleen om den weg aan te wijzen, dien wij hebben afgelegd. Ik wensch u goeden morgen Mr. Leigh; een andermaal zult gij een andere lezeres moeten zoeken. Ik kan de vrouw niet uitstaan, die beter doet dan minnen; zij zal niets voortreffelijk doen. Ik geef aan mannelijke dichters de voorkeur. Die trachten naar minder en bereiken meer.' Zoo zegevierde ik over U beiden en liet hem alleen.

t.Toen ik hem later ontmoette, had ik uw schandelijken brief en mijn eigen hart gelezen. Hij kwam met Lord Howe — een hoffelijk vriendenpaar — om te zeggen, wat de man de vrouw durft zeggen, als hij haar schuldenaar is. Maar ik legde hun aanstonds het zwijgen op, hen bewijzende, dat ik nimmer zulk een pad had betreden en dus zooveel slijk niet aan de voeten kon hebben. Daarop vroeg ik ietwat hoog en minachtend hem en mijzelve vergiffenis, dat ik eens — lang geleden — niet beter had weten te doen dan beminnen, onverstandig beminnen, zij het ook, dat er geen spoor meer van over was. Ik deelde hem mede — zooals ik u thans mededeel, Miss Leigh —dat ik, wetende dat hij het meisje niet liefhad, mij om zijnentwille eenige moeite had getroost, mijn handen had bedorven, door ze in die troebele bron te steken, zoodat zij ten laatste was heengegaan met een vrouw, die ik vertrouwde); die volle vijf maanden als kamenier in mijn huis was geweest en prachtig kappen kon. Dat ik dit mensch veel geld had meegegeven, omdat zij, naar zij zeide, naar Australië wilde gaan, waar zij een man in leven had, Loog het schepsel, mislukte de toeleg — wel, meer of minder is ons aller leven leugen en mislukking. Ik heb er spijt van, ziedaar al wat ik zeggen kan. Meer wordt niet van ons verwacht, zelfs niet bij het leelijkste kwaad, dat wij in de kerk belijden. Ik bedoelde het beste voor hem, voor mijzelve en voor haar, ja ook het beste voor Marian. Het spijt me, het doet me van harte leed. Wel zeide mij die vrouw, dat

Sluiten