Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de groeve, waar men huwt noch ten huwelijk geeft, niet in het leven terug roepen, niet in staat stellen uwe gade te worden, Romney — is het wel? Hierin ligt de moeilijkheid, mijn vriend, dat zal ons hoe langer hoe duidelijker worden: gij en ik moeten nooit, nooit, nooit op die wijze onze handen ineenleggen. — Neen, laat het mij herhalen, ik heb het te voren reeds tot God gezegd; ik heb het, afgerond tot een eed, daar hoog boven maan en sterren aan Zijne voeten neergelegd, zoo zeker als ik daar even aan de uwe heb geweend. Nooit, nooit, nooit mogen gij en ik op die wijze onze handen ineenleggen. Wees niet boos op mij, veroordeel mij niet, denk niet dat het valsche ootmoed is, die mij aldus doet spreken. De waarheid is, dat ik trotsch ben geworden op mijn smart. God heeft in de stilte van den nacht, in de schemering van den morgen zóó vaak tot mij gezegd: „Schrei nog wat, dwaze Marian, want vrouwen moeten schreien, maar bloos niet, tenzij gij over zonde hebt te blozen" — dat ten laatste ik, die eens mij zelve onwaardig achtte, om mij aan Romney en zijn adellijk geslacht te verbinden, heb leeren inzien en verstaan: elke vrouw, zij moge arm zijn of rijk, veracht of geëerd, is een menschelijke ziel en wat hare ziel is, is zij zelve, al mogen de menschen ook op haar spuwen, zooals zij op het plaveisel der kerken hier doen, waarop men toch nederknielt om te bidden. Ik heb leeren gevoelen, dat ik, die kuisch en eerlijk en tot het goede geneigd ben, die de waarheid liefheb en mijn leven zacht als een grastapijt onder zijn voeten zou uitleven, niet behoef te vreezen, dat ik hem minder gelukkig zou maken, dan gelukkiger vrouwen zouden doen. Gij ziet wel hoe trotsch ik geworden ben. Vergeef mij, dat ik een list beraamde, om uit uw beider mond de bevestiging van deze mijn overtuiging te hooren. Het is zoo goed te weten, dat het waarlijk God was, die mij te voren hetzelfde verzekerde. Zoo gaat het ook

Sluiten