is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kraaien uit haar levenstuin weren zou. Stroo kan een opening vullen en zoo het ongedierte buiten houden. Doch nu eindelijk erken ik, dat 's Hemels engelen een kring om haar leven sluiten, die zonder Romney's hulp de ratten onzer maatschappij terug zal drijven. Eindelijk zijn mij ook in dit opzicht de oogen opengegaan en hiermee is een ondernemen ten einde, dat meer dan elk ander van mijn verwatenheid getuigde. Belachelijk trotsch tot het laatste toe! — Maar toch zóó dom ... zóó blind ... ben ik niet, dat ik, die door den grooten Werkgever der wereld met mijn droevig gelaat tegen een kalen muur ben gezet, om verder levenslang over mijn broddelwerk na te denken, zou durven wanen of wenschen ... o liefste, ik heb u liefgehad! o mijn ziel, ik heb u verloren — maar ik zweer u bij al wat gij zijt, bij al wat gij voor mij hadt kunnen wezen, zoo die Junimorgen mijn hoop niet met voeten had getreden, dat ik niet dierlijk zelfzuchtig genoeg ben om thans, in dezen nacht, dien zomerdag te betreuren — dezen nacht, die voor u nog zooveel heerlijkheid heeft. Neen, zoo blind ben ik niet, Aurora. Ik roep de sterren daar omhoog, die ik niet meer zien kan, tot getuigen ...

„Gij kunt" ...

„Dat zoo de hemel zich nederboog, de loten dooreen wierp en mij nogmaals een kans bood, ik zijn aanbod zou afwijzen en mij tot mijn niet zou bepalen. Nooit zou Aurora mijn gade worden."

„De sterren niet zien?..."

„Erger nog — uw hand niet zien te vinden en dat hoewel wij scheiden gaan, liefste. Laat mij haar, voor ik heen ga, een oogenblik vasthouden, en hoor wat ik u nu nog zeggen moet. Ik kan, ik wil u, als ik weg ben, niet in den waan laten, dat Romney in gedachte of verbeelding naar uwe liefde zou durven blijven hunkeren, zelfs al kon hij haar thans verwerven, terwijl zij tot heden onbereikbaar voor hem