Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan basrelief en fresco zijn verdwenen, geheel in puin zal zijn gestort. Daar is hoop. Deze man hier, eens zoo vol aanmatiging en onrust, zoo eerzuchtig in zijn bemoeiingen met statistisch opeengehoopte euvelen, die hij gansch anders opeen wilde hoopen, is eindelijk tot rust gekomen. Zijn eigen verlies heeft hem leeren hopen voor anderen, wanneer ook zij een verlies te betreuren hebben; heeft hem met blijder vertrouwen naar vergoeding doen uitzien, die juist door bittere ervaring ons deel wordt — heerlijke vergoeding, zooals die traan, liefste, voor mij is. Mijn onrust is ten einde. O zeker, nog altijd ben ik vol mededoogen met de lijdende menschheid. maar in mijn hoek aan den muur gezeten, leer ik tevreden zijn voortaan met te volbrengen wat mij te doen overblijft. Want hoewel machteloos als een steen, zooals ik zeide, toch kan een steen nog een worm tot schuilplaats strekken, en het is de moeite wel waard, om daarvoor een steen te zijn. Er is dus hoop, ziet ge, Aurora ..

„Is er hoop voor mij? voor mij? — is er plaats onder den steen voor een worm als ik ben? En als ik tot u kwam en zeide wat ik door het schreien bijna niet zeggen kan en wat de vrouw toch alleen maar kan zeggen, terwijl zij bitter weent.... (de hoogmoed houdt vol, tot dat het hart er onder breekt)... Ik heb u lief, Romney, ik heb u lief."

„Zwijg", riep hij. „Medelijden maakt een vrouw soms waanzinnig. Laaghartig de man, die zich zou laten vervoeren er gebruik van te maken. .. En toch is het hard... vaarwel Aurora."

„Maar ik heb u lief, Romney, en als een vrouw zegt, dat zij een man bemint, dan moet hij haar aanhooren, al bemint hij haar niet, hetgeen hij . .. stil. .. recht heeft haar op zijne beurt te zeggen. Zij zal, zij mag het hem niet verwijten, Wat mij betreft, gij noemt het medelijden, denkt dat ik grootmoedig ben. 't Zou gemakkelijker zijn voor een vrouw trotsch

Sluiten