Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten doen. Hij minde zoo vurig, zoo hartstochtelijk — welnu, hij zou ook het hoogste, het beste wat hij bezat, juist wijl 't het beste was, in zijn offerande opnemen. Hij zou zijn liefde, zijn leven, de bruid zijner droomen doen afdalen van hare hoogte; haar uit de bloemrijke velden der poëzie, waar zij, het stofgoud der leliën op de voeten, stil en statig voortschreed, aan zijne zijde roepen en haar nevens hem over de rotsen doen gaan, terwijl hij het harde graniet tot menschen zocht uit te houwen. Zij zou hem tot hulpe zijn in het helpen, dat zijn levenstaak was. Zij zou het levend bewijs zijn, dat hij niets, niets, zelfs zijn eigen ziel niet had achtergehouden. En toen ik hem begaf — want ja, dat deed ik!... toen hij mijn liefde niet mocht verwerven naar het scheen, had hij tot zichzelven gesproken : „Aurora maakt ruimte voor een middag van arbeid." Daarop zich omgordend met de flarden zijner hoop en zich nog slechts tot een wanhopige heldendaad in staat gevoelend, had hij zijn leven genomen en het in 's werelds sterkste branding geslingerd. De menschen hadden gelachen,

alsof hij een hond had verdronken. Geen wonder

waar Aurora hem eerst had begeven! En zoo dan hadden morgen en avond voor hem den levensdag uitgemaakt. &

O nacht, die ons omgaf, droef en liefelijk tegelijk. Uuister door maan en starrelicht geheiligd, glorierijke duisternis! O diep mysterie der liefde, waarin verlies, vertwijfeling, ja zelfs meineed verzinken kunnen, om nof?., jp-er. za'igheid teweeg te brengen—den steen ge ijk, die in een boordevollen beker geworpen, den wijn naar alle zijden doet overvloeien.

Te^ W'^ ^aar zaten> dicht tegen elkander geleund, zoo dicht, dat ik als een electrischen stroom door mijn kleederen voelde gaan, mijn wangen voelde Diozen en bleeken, zoo vaak ze gestreeld werden door mijn lokken, waarin zijn adem hing, bleef mijn oog °P e gouden maan rusten, die daar vóór ons aan

Sluiten