Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En in stillen eenvoud arbeiden," hervatte hij, „evenals God alles doet. Ter wille van onze taak onze natuur niet verkrachten; onze rechterhand niet sterker achten, zoo ze in een hoef mocht verkeeren. De mensch, die het meest mensch is, de zachtste, teederste menschenhand bezit, is de beste arbeider voor menschen — zooals God was in Nazareth." — Hij zweeg, maar hernam na een wijle: „Minder programma's, wij die niet vooruit kunnen zien. Minder systemen, wij die slechts werktuigen zijn. Minder plannen tot bevrijding der massa's bij natiën of seksen tegelijk. Fourier is een hersenschim, Comte een ongerijmdheid, Cabet eene kinderachtige dwaasheid. Er bestaan geen levenswetten buiten het leven om, geen volmaakte zeden zonder christelijke zielen. Christus zelf ware geen wetgever geweest, zoo hij met de wet niet het leven had gegeven."

Ik herhaalde als in gedachten: ,,De mensch, die het meest mensch is, is de beste arbeider voor menschen en het is de ziel, die hem ten volle mensch doet zijn. Maar de ziel, de smachtende ziel zelve gehoorzaamt aan de aloude wet van ontwikkeling. De Geest getuigt in onzen geest; de Liefde, ziel onzer ziel, brengt, in haar levend, haar tot volle ontplooiing Allereerst de liefde van God ..."

„En daarna," sprak hij met een glimlach, „de liefde van gehuwde zielen, wederhelft van dit goddelijk mysterie, liefelijke geestesroos op de wateren des levens drijvend, mystieke bloem, waaraan Saron een naam heeft geschonken, menschelijke, levende, vruchtdragende roos, wier bloemkelk alle bladeren der liefde omsluit: kinder-, broeder-, naastenliefde, liefde tot den medeburger — altegaar kleurige, geurige petalen uit één middenpunt, uit het Hart der bloem heur sappen trekkend."

„Toch hebt gij," riep ik, „niet lang geleden verklaard, dat deze sociale roos zeer verre van welriekend was."

Sluiten