Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«le 1 engte der wervelkolom, gemeten van den onderrand van den neus tot aan den bovenrand der schaambeensvereeniging — a b.

a b wordt verdeeld in vier gelijke deelen: a e, e f, fN en Nb. en een gelijk vierde deel naar boven bijgevoegd, ac, ter bepaling \an de se heel el hoogte; eS en e Sl zijn weer gelijk aan zulk een vierde deel en bepalen den afstand der schoudergewrichten SSt, twee halve vierde deelen bij b. bil en bllt geven den afstand der heupgewrichten IIIL aan.

De lijnen SH1 en Sl II die het schoudergewricht aan de eene zijde verbinden met het heupgewricht aan de andere zijde, snijden elkander op de hoogte van den navel. Trekt men uit 6' en Si door a lijnen en uit c lijnen aan de eerste evenwijdig, dan ontstaat een vierhoek, waarvan de diagonaal (ld de breedte v a n den s c li ed e 1 voorstelt.

Een lijn uit e evenwijdig getrokken aan a St snijdt de lijn SJI. in li, op de hoogte van den borsttepel.

De lengte der ledematen wordt bepaald als volgt:

Bovenste lidmaat. SBt rechterschoudergewricht tot den linker borsttepel SE opperarm; Bi N linker borsttepel tot den navel = EM v o o rarm; NII navel tot heupgewricht —MP hand.

Onderste lidmaat. II Bi rechter heupgewricht tot den linker borsttepel - IIK de dij; Bi IL

Sluiten